VVO Home

Samenwerking orthodontist en kaakchirurg

Samenwerking kaakchirurg
De kaakchirurg
Kaakchirurgen zijn net als orthodontisten tandartsen die na hun tandheelkundestudie een 4-jarige fulltime specialistenopleiding hebben gevolgd. Bovendien moeten kaakchirurgen tegenwoordig ook nog geneeskunde hebben gestudeerd. Kaakchirurgen werken meestal in ziekenhuizen. De Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) is de vereniging van kaakchirurgen in Nederland.
Tussen orthodontisten en kaakchirurgen bestaat al heel lang een hechte samenwerking. Veel orthodontisten hebben samen met kaakchirurgen vaste spreekuren waarop zij gezamenlijk patiënten onderzoeken en bespreken. Hieronder volgen enkele voorbeelden van veelvoorkomende behandelingen die orthodontisten in samenwerking met kaakchirurgen uitvoeren.
naar boven

Vrijleggen
Wanneer een tand of kies klem in de kaak ligt en niet verder in de mond doorbreekt, roept de orthodontist vaak de hulp van de kaakchirurg in. Deze maakt dan tijdens een poliklinische behandeling onder plaatselijke verdoving een opening in het tandvlees naar de tand of kies die niet verder komt. Soms wordt daarna afgewacht of de tand of kies verder op eigen gelegenheid doorbreekt. Een andere manier is om tijdens het vrijleggen een bracket (slotje) met een metalen draadje eraan op de tand of kies te plakken. Dit draadje maakt de orthodontist vervolgens aan de beugel vast. Via de beugel wordt de tand daarna langzaam uit de kaak bewogen.
naar boven

Verwijderen
Het is niet altijd mogelijk om tanden of kiezen vrij te leggen. Wanneer een gebitselement zo scheef of klem in de kaak ligt dat de ingreep gepaard gaat met grote risico’s van schade aan andere tanden of kiezen, dan wordt meestal van vrijleggen afgezien. Ook kunnen er door een speling van de natuur te veel gebitselementen aangelegd zijn. Deze kunnen dan andere gebitselementen beschadigen of de uitvoering van een geplande orthodontische behandeling verhinderen, omdat ze in de weg zitten. In al deze gevallen is het vaak raadzaam dat de kaakchirurg de gebitselementen uit de kaak verwijderd. Héél bekend in dit verband is natuurlijk het laten verwijderen van verstandskiezen, als deze problemen veroorzaken.
naar boven

Lipbandje
De kaakchirurg kan ook gevraagd worden het lipbandje in de bovenkaak te verwijderen. Deze ingreep wordt frenulectomie genoemd. Het lipbandje is een stukje bindweefsel, dat de bovenlip met de bovenkaak verbindt. Soms is dit bindweefsel zo stevig, dat het de boventanden uit elkaar drukt waardoor er een spleet tussen de voortanden ontstaat. Vaak verdwijnt het bindweefsel als de voortanden met een beugel tegen elkaar aan worden gezet. Wanneer dit echter niet gebeurt, blijft er te veel bindweefsel tussen de tanden zitten. Dit ziet er niet mooi uit. Bovendien kunnen de tanden ten gevolge van het dikke lipbandje niet goed worden schoongemaakt. Hierdoor kunnen er tandvleesontstekingen en gaatjes ontstaan. Ook drukt een te dik lipbandje de tanden na de behandeling weer uit elkaar, waardoor er opnieuw weer een spleet tussen de tanden kan komen. Om al dit deze problemen tegen te gaan wordt in dit soort situaties vaak een frenulectomie gedaan. Een frenulectomie is een kleine ingreep van korte duur die onder plaatselijke verdoving - met andere woorden: een paar prikjes, net als bij de tandarts - wordt uitgevoerd. De ernst van de ingreep is te vergelijken met het trekken van een kies.
naar boven

Autotransplantatie
Een bijzondere behandeling, waar inmiddels al veel ervaring mee is opgedaan, is het verplaatsen van een gebitselement van één plek in de mond naar een ander gebied, bijvoorbeeld een kies uit de bovenkaak naar een plaats in de onderkaak waar een kies ontbreekt. Deze behandeling wordt autotransplantatie genoemd. Een tand of kies in ontwikkeling wordt verwijderd en op een andere plek in de kaak neergezet, waarna de ontwikkeling van het gebitselement weer verder gaat. Een belangrijke voorwaarde is wel, dat de verplaatste tandkiem tijdens de behandeling zo goed mogelijk intact blijft.
Wanneer wordt een autotransplantatie gedaan? Bijvoorbeeld als je een tand of kies door een ongeluk bent kwijtgeraakt. Of wanneer een of meerdere tanden of kiezen niet aangelegd zijn. De ruimte die na de autotransplantatie overblijft, wordt door de beugelbehandeling weer gesloten. Je haalt dus een groeiende tand of kies weg van een plaats waar die kan worden gemist, om hem neer te zetten op een plaats waar hij nodig is. Als de vorm of kleur van de verplaatste tand niet past bij die van de nieuwe buurelementen, dan kan de tandarts daar wat aan doen als het gebitselement ver genoeg is doorgebroken (zie: Samenwerking orthodontist en tandarts).
naar boven

Implantaten
In gevallen waarbij autotransplantatie niet mogelijk is, bestaat tegenwoordig de mogelijkheid om implantaten te plaatsen. Een implantaat is een titanium schroef (kunstwortel), die op een van tevoren bepaalde plaats in het kaakbot kan worden geschroefd. Een implantaat gaat na enige tijd een muurvaste verbinding aan met het bot, waar het in geplaatst is. Op de (kunst)wortel kan de tandarts, als het implantaat eenmaal goed vast zit, een kroon maken. Implantaten worden door kaakchirurgen of door tandarts-implantologen aangebracht. Soms is eerst een orthodontische behandeling nodig om voldoende ruimte voor het implantaat te maken.
Zolang je nog groeit, is het onverstandig implantaten te laten plaatsen, want een implantaat “groeit” niet mee met de kaken en het gebit. Ten opzichte van de andere gebitselementen blijven implantaten tijdens de groeiperiode achter. De kronen, die door de tandarts op de implantaten zijn gemaakt, worden dan in vergelijking met die van de andere (natuurlijke) gebitselementen korter (zie foto 3). Niet alleen ziet dat er niet mooi uit, maar ook kunnen dergelijke korte kronen nadelig zijn voor het goed functioneren van het gebit. Het is dus het beste om het plaatsen van implantaten tot na de groeiperiode uit te stellen.
Er bestaan tegenwoordig ook kleine implantaten (ter grootte van een luciferkop) die tijdens een orthodontische behandeling als houvast voor de beugel worden gebruikt (micro-implantaten, ortho-implantaten en botankers. Deze implantaten worden na de orthodontische behandeling weer verwijderd.
naar boven

Osteotomieën
De meest ingrijpende gecombineerde behandeling die orthodontisten in samenwerking met kaakchirurgen uitvoeren is de osteotomie (zie foto’s 3 en 4). Hierbij wordt delen van de kaken door de kaakchirurg operatief verplaatst. De orthodontist heeft dan meestal eerst een behandeling gedaan om alle tanden en kiezen op de juiste plek in de kaken neer te zetten. De kaakchirurg verplaatst vervolgens operatief de kaakdelen zodanig, dat de tanden en kiezen weer goed op elkaar aansluiten. Bijna alle osteotomieën worden “van binnenuit” gedaan, dus vanuit de mondholte. Je krijgt van een osteotomie dus geen lelijke littekens in je gezicht.
Een minder ingrijpende operatieve ingreep is de corticomie Hierbij wordt een sleuf gemaakt in de harde buitenste laag van een botstuk (meestal de zijkanten van de bovenkaak). Met een speciale beugel worden vervolgens de beide kaakdelen uit elkaar geduwd. Een corticotomie wordt meestal toegepast bij een te smalle bovenkaak. Bij sommige osteotomieën wordt eerst een corticotomie gedaan, waarna aansluitend de orthodontische behandeling volgt.
Een osteotomie wordt vaak pas tijdens de eindfase van de beugelbehandeling uitgevoerd. Na de osteotomie wordt de orthodontische behandeling nog enige tijd gecontinueerd om de onder- en boven tanden en kiezen zo recht mogelijk te zetten en het onder- en bovengebit zo goed mogelijk op elkaar te laten sluiten. Osteotomieën gebeuren meestal onder volledige narcose.
naar boven

Waarom een osteotomie?
De aanleiding voor een dergelijke ingreep kan een aangeboren afwijking zijn, waarbij de onderlinge stand van de boven- en onderkaak niet goed is; het gebit past dan meestal ook niet goed op elkaar. Door de stand van de kaken te verbeteren is het mogelijk het gebit weer goed op elkaar aan te laten sluiten om het gebit weer goed te laten functioneren. Een andere aanleiding kan zijn, dat je niet tevreden bent met hoe je gebit er uitziet (zie: Samenwerking orthodontist en tandarts). Ten gevolge van een onjuiste kaakstand is het mogelijk dat een esthetische behandeling door de tandarts of een orthodontische behandeling alléén niet het gewenste resultaat oplevert. De kaakchirurg zal in dat geval een osteotomie moeten uitvoeren om een juiste kaakstand te bewerkstelligen.
Een kaakstandafwijking is tijdens de groei veelal met beugels goed te behandelen. Als je uitgegroeid bent kan de kaakchirurg een kaakstandafwijking corrigeren. Bij een groeiend kind wordt in de regel geen osteotomie uitgevoerd: door de groei kan het resultaat namelijk grotendeels weer verdwijnen. Alleen bij zéér ernstige groeiafwijkingen of na een ongeluk wordt op jonge leeftijd geopereerd. Maar in dat geval is na de groeiperiode meestal opnieuw een chirurgische ingreep nodig.
naar boven

Foto's

Linker hoektand die scheef in de bovenkaak ligt.

Röntgenfoto van de bovenhoektant in de kaak.

Na vrijleggen en bevestiging van een draadje. De uitneembare beugel trekt via het draadje de hoektand langzaam omhoog.

De hoektand is zichtbaar in de mond.
Met een vaste beugel wordt de hoektand verder in de rij gezet. Eindresultaat
naar boven




Hoogteverschil omdat implantaat met kroon niet met de rest van de tanden is meegegroeid.
naar boven


Links:   Gebitsmodellen vóór orthodontische behandeling in combinatie met osteotomie
Rechts: Gebitsmodellen na orthodontische behandeling in combinatie met osteotomie
naar boven


Links:   Gezichtsprofiel voor orthodontische behandeling in combinatie met een osteotomie
Rechts: Gezichtsprofiel na orthodontische behandeling in combinatie met een osteotomie
naar boven

Terug naar bijzondere behandelingen



www.orthodontist.nl